Reglement 2022 (Concept)

KLASSE F3L THERMIEKZWEEFMODELVLIEGTUIGEN  (2022)

  1. Algemene bepalingen
  2. a) F3L is een klasse voor radiobestuude thermiekzweefvliegtuigen. De modellen hebben max. twee (2) meter spanwijdte en zijn overwegend gebouwd van hout. De modellen worden bestuurd door richtingroer, hoogteroer en remklep(pen). Voor het starten wordt een rubberlijn en sleeplijn gebruikt. Vanwege de beperkingen voor constructie en uitrusting moet de deelname aan wedstrijden mogelijk zijn tegen lage kosten en redelijke modelbouwvaardigheid. De introductie in de wedstrijdvliegerij zou voor iedereen van alle leeftijden haalbaar moeten zijn. Het voornaamste doel is om jonge modelvliegers te inspireren en te integreren in het wedstrijdgebeuren. Met deze achtergrond zijn de regels te begrijpen en uit te leggen.
  3. b) Definitie van een radiobestuurd zweefvliegtuig: Een modelvliegtuig dat niet is voorzien van een motor en waarbij lift wordt opgewekt door aerodynamische krachten die inwerken op oppervlakken die niet beweegbaar blijven. Het model moet door de deelnemer op de grond worden bestuurd met behulp van radiobesturing.
  4. c) Tijdens een wedstrijd worden ten minste vier (4) kwalificatierondes gevlogen. Voor elke kwalificatieronde worden de deelnemers verdeeld in groepen. De resultaten van elke groep worden teruggerekend naar 1000 punten voor de winnaar en evenredig voor de overigen.

De groepsgrootte in de “Fly-Off” is gelijk aan de groepsgrootte in de voorrondes. Deelnemers die vliegen met de hoogste totale genormaliseerde scores van de voorrondes zullen strijden in een “fly-off” (minimum 2 ronden) om het eindklassement te bepalen.

Lokale regel: in Nederland wordt geen fly-off toegepast.

  1. d) De deelnemer mag drie (3) modellen gebruiken in de wedstrijd.

Lokale regel: 2 (twee) modellen.

De deelnemer mag de modellen op elk moment aanpassen, maar binnen een ronde alleen als het model, dat eerst werd gebruikt, binnen een straal van 15 m. wordt geland vanaf de toegewezen landingspunt.

  1. e) De deelnemer mag maximaal drie (3) helpers gebruiken. Deze zijn om hem te helpen bij het starten en ophalen van het model, hem te informeren over weersomstandigheden en vliegtijd en om de startlijn te verzorgen. Minstens één helper moet er voortdurend voor zorgen dat de aan de vlieger toegewezen startlijn niemand hindert. Dit vereist dat de startlijn van zijn vlieger onmiddellijk wordt teruggelegd op de toegewezen positie.
  2. f) Bij zijwind kan de wedstrijdleider bepalen dat de deelnemer, die het verst benedenwinds staat, begint met de start, zodat lijnen elkaar niet hinderen tijdens het starten.
  3. g) De organisator regelt de tijdwaarnemers. Als dit niet het geval is, houdt de helper van de vlieger de tijd bij en zal de organisator regelmatig de vluchttijden controleren. Afwijkingen van meer dan drie (3) seconden in het voordeel van de deelnemer leidt tot een nulscorevlucht.
  4. h) De landingspunten worden altijd genoteerd door een officiële waarnemer.

 

  1. Modelspecificaties

Een model bestaat normaal gesproken uit vleugels, romp en staart. Staartloze vliegtuigen, die niet over een romp en staart beschikken, mogen ook toegelaten worden als ze in totaal niet meer dan twee roeren hebben. Ieder van die roeren moet door één (1) servo aangestuurd worden. Verder gelden de bouwvoorschriften van een “staart”model.

2.1.

Het model is grotendeels opgebouwd uit hout. De volgende methoden zijn toegestaan:

  1. a) Vleugels gebouwd met ribben, open of bedekt met hout, “D-box”, massief houten vleugels of een combinatie van massief hout en ribben.
  2. b) Alle onderdelen moeten van hout zijn, met uitzondering van de voorrand, ligger(s) en vleugelverbinders.
  3. c) Het oppervlak van de vleugels mag bedekt zijn met spanfolie, zijde, papier of polyesterweefsel. Specificaties a) t/m c) zijn ook van toepassing op de staartvlakken.
  4. d) De remkleppen moeten in de bovenzijde van de vleugel aangebracht zijn en afstand tussen de achterrand en de remkleppen moet minimaal 5 cm zijn. De remklep(pen) kunnen aangestuurd worden door één of twee servo’s.
  5. e) De romp moet volledig van hout zijn, of met een staartboom van glasvezel/koolstof (GFK/CFRP) of Kevlar buis of profiel. De buis/het profiel mag niet verder dan de voorste helft van de vleugel steken.
  6. f) Het houten oppervlak van de romp mag bedekt zijn met glasvezel/koolstof (GRP/CFRP) of Kevlar, maar niet meer dan maximaal 1/3e van de totale oppervlakte. Het oppervlak kan worden beschermd met vernis of zoals beschreven bij c).
  7. g) Scharnieren en regelstangen zijn vrijgesteld van de GRP/CFRP-beperking.

 

2.2

Niet toegestaan ​​is het gebruik van:

  1. a) positieve of negatieve mallen voor de constructie van de romp of vleugels of het opbrengen van de bekleding.
  2. b) een vast of intrekbaar onderdeel om het model af te remmen bij de landing (d.w.z. bout, zaagtandachtig uitsteeksel, enz.). De onderkant van het model mag geen andere uitsteeksels hebben dan de trekhaak- en roerstangen. De trekhaak mag niet groter dan 5 mm frontale breedte en 15 mm frontale hoogte zijn. Het kan verstelbaar zijn, maar niet via de radiobesturing. De lossen mag ook niet via radiobesturing plaatsvinden.
  3. c) een rompneus met een straal van kleiner dan 5 mm.
  4. d) ballast die niet in het model bevindt en niet stevig in het toestel is bevestigd.
  5. e) elke informatieoverdracht met uitzondering van de sterkte van het radiosignaal, de temperatuur van de ontvanger en de ontvangeraccuspanning. Geen variometer is toegestaan.
  6. f) elke telecommunicatie tussen deelnemer en helpers, inclusief mobiele telefoons of walkie talkies.

3 Het wedstrijdveld

  1. a) De wedstrijd moet worden gehouden op een redelijk vlak terrein, met minimale mogelijkheid van helling- en golfstijgwind.
  2. b) De het veld moet een startlijn aangegeven zijn die loodrecht op de windrichting staat en gemarkeerde startplaatsen voor elke deelnemer heeft die ten minste acht (8) meter uit elkaar liggen. Op 150 meter bovenwinds moet er een lijn aangebracht zijn waar op de grondankers vast zitten (mogelijke uitzonderingen zie 6). De grondankers hebben dezelfde afstand tot elkaar als de startplekken.
  3. c) De landingspunten bevinden zich ten minste vijftien (15) meter benedenwinds van elk startpunt.
  4. d) De landingspunten en startpunten moeten altijd duidelijk aangegeven zijn. De afstand tussen rompneus en landingspunt worden gemeten met een meetsnoer of -band dat vastgemaakt is aan het landingspunt.
  5. e) Door de wedstrijdleider wordt het landingsveld uitgezet. Landingen buiten dit gebied resulteren in een nulscore voor die vlucht. (zie ook 8.2).

4 Wedstrijdvluchten

  1. a) De deelnemer heeft recht op minimaal vier (4) officiële vluchten.
  2. b) De deelnemer heeft recht op een onbeperkt aantal pogingen tijdens de werktijd.
  3. c) Een officiële poging begint wanneer het model de hand van de deelnemer of zijn helper verlaat onder de spanning van de startlijn.
  4. d) In het geval van meerdere pogingen zal het resultaat van de laatste vlucht de officiële score zijn.
  5. e) De wedstrijdleider heeft het recht om de wedstrijd te onderbreken en de startlijn te verplaatsen als de windrichting te veel afwijkt of bij rugwind.
  6. f) De wedstrijd wordt onderbroken door de wedstrijdleider als de wind gedurende ten minste één minuut voortdurend sterker is dan 8 m/s gemeten op twee (2) meter boven de grond op de startlijn.

Lokale regel: 6 m/sec.

  1. Herstart

De deelnemer heeft recht op een nieuwe werktijd indien:

  1. a) zijn model tijdens de vlucht of tijdens de start in botsing komt met een ander vliegend of startend model.
  2. b) een startlijn (anders dan die van hemzelf) niet na de start verwijderd is en deze zijn startlijn blokkeert.
  3. c) wanneer zijn vlucht gehinderd of afgebroken wordt door een gebeurtenis buiten zijn wil.
  4. d) om met inachtneming van de bovengenoemde voorwaarden een ​​herstart te claimen, moet de deelnemer ervoor zorgen dat de officiële tijdwaarnemers de hinderde situatie heeft opgemerkt en zijn model zo snel als mogelijk laten landen na die situatie.

Merk op dat in het geval de deelnemer door blijft starten of vliegen na de hinderende situatie, die van invloed was op zijn vlucht, of opnieuw van start gaat nadat de hinderende situatie is afgelopen, hij zijn recht op een nieuwe werktijd verliest.

  1. Start
    a) Identieke startlijnen worden door de organisator verzorgd en opgesteld.
    b) De startlijnen bestaan ​​uit een rubberen slang van 15 ± 0,2 meter lengte, een nylon sleepkabel van 100 ± 1 meter lengte met een minimale diameter van 0,7 mm en een wimpel eraan.
    c) De trekkracht van de rubberen slang mag niet groter zijn dan 4 kilogram indien verlengd tot een lengte van 45 meter. De afwijking van de trekkracht van alle rubberen slangen die voor de wedstrijd worden gebruikt, moet kleiner zijn dan 0,4 kilogram. De minimale trekkracht indien getrokken tot 45 meter mag niet minder zijn dan 2,75 kilogram.
    d) Op velden, waar geen plaats is voor een totale afstand van 150 meter, kan de organisator de nylonlijn inkorten en tevens de werk- en vliegtijd verkorten. Dergelijke wijzigingen moeten vooraf bij de wedstrijduitnodiging vermeld worden.
  2. Landing
    a) Voor elke vlucht krijgt elke deelnemer een landingsplaats toegewezen die overeenkomt met zijn toegewezen startplaats. Het is de verantwoordelijkheid van de deelnemer om de hem toegewezen landingsplaats te gebruiken.
    b) Tijdens het landing mogen alleen de vlieger en zijn helper zich binnen 10 meter van de landingsplaats bevinden. Alle andere helpers en tijdwaarnemers blijven op de startlijn.
    c) Na de landing mogen deelnemers hun model voor het einde van hun werktijd ophalen op voorwaarde dat andere deelnemers of modellen in hun groep niet gehinderd worden. Een opgehaald model kan tijdens de werktijd opnieuw worden gestart. De modellen mogen door de deelnemer en zijn helpers niet aangeraakt worden totdat de tijdwaarnemer de afstand tot het landingspunt gemeten heeft.
    d) Na de landing mag de neus van het model niet in de grond steken. De landing krijgt een nulscore als de neus in de grond steekt en de staart van het model ver boven de grond is.
  3. Scoren

8.1 Score van de vliegtijd:

De vlucht wordt getimed vanaf het moment van loslaten tot:
a) het modelvliegtuig voor het eerst de grond raakt; of
b) verlopen van de werktijd van de groep.

De maximale vliegtijd is zes (6) minuten (360s) binnen negen (9) minuten (540s) werktijd. Als de vlucht langer is dan zes (6) minuten (360s), wordt de te veel gevlogen tijd afgetrokken van zes (6) minuten (360s). De vliegtijd wordt in hele seconden vastgelegd. Per seconde vliegtijd worden twee (2) punten toegewezen. De hoogste score binnen elke groep krijgt 1000 punten, de anderen naar rato in promille

 

8.2 Waardering van de landing:

Een landingsbonus wordt volgens de volgende tabel toegekend in overeenstemming met de afstand tot de door de organisator gemarkeerde landingsplaats:

Afstand vanaf meetpunten tot  m (meter)           punten
0,2                                                                   100
0,4                                                                     99
0,6                                                                     98
0,8                                                                     97
1,0                                                                     96
1,2                                                                     95
1,4                                                                     94
1,6                                                                     93
1,8                                                                     92
2,0                                                                     91
3,0                                                                     90
4,0                                                                     85
5,0                                                                     80
6,0                                                                     75
7,0                                                                     70
8,0                                                                     65
9,0                                                                     60
10,0                                                                   55
11,0                                                                   50
12,0                                                                   45
13,0                                                                   40
14,0                                                                   35
15,0                                                                           30
meer dan 15,0                                                   0

ANNEX V.3.7

ORGANISATORISCHE BEPALINGEN BIJ F3L-WEDSTRIJDEN

1    Wedstrijduitslag

De einduitslag van de wedstrijd wordt door de rangvolgorde van de deelnemers.

Alle rondes, min één, tellen mee voor de einduitslag. Bij publicatie aan de deelnemers wordt dit duidelijk vermeld. Publicatie in Modelvliegsport toont alleen de winnaar en nummer 2, met of zonder puntentotaal.

De NK uitslag wordt samengesteld door de vertegenwoordiger van de subcommissie RB Zweef, en wedstrijduitslag door de organisator van de betreffende wedstrijd.

2    Briefing voorafgaand aan de wedstrijd

Voorafgaand aan de wedstrijd wordt door de wedstrijdleider, c.q. organisator een korte briefing gehouden in bijzijn van alle vliegers en helpers. Deze briefing moet de volgende elementen bevatten:

  1. Weersverwachting, afspraken wanneer en waarom een wedstrijd tijdelijk of definitief gestaakt wordt bij weersveranderingen,
  2. Veldindeling, waar het landingsgebied ophoudt, of door aanduiding van hekken, sloten, afscheidingen, of in meters, gemeten vanaf de landingsstip,
  3. Indeling van de deelnemers, mocht die niet voorafgaand aan de wedstrijd digitaal verstuurd zijn, of de wijzigingen daarop,
  4. Afspraken ten aanzien van het ophalen van lijnen, dagindeling, pauzes, aantal te vliegen rondes, en eindtijd voor de laatste ronde.

3    Regels voor het uitschrijven van een wedstrijd

  • Iedere deelnemer moet een lidmaatschapkaart/sportlicentie en een verzekeringsbewijs kunnen overleggen.
  • Met opgave van deelname gaat de deelnemer akkoord met het volgende:
    • De regels gepubliceerd door de KNVVL betreffende dit soort wedstrijden,
    • De anti-doping regels die de KNVvL onderschrijft,
    • De regels van de organiserende vereniging wat betreft hun veld.
  • Aansprakelijkheid tegenover de organisator, vereniging, en deelnemers onder elkaar is uitgesloten.
  • Als de startlijn wordt ingekort vanwege het veld, moet dit bij de uitnodiging vermeldt worden.
  • Op de vliegers vergadering in januari proberen we een wedstrijdrooster op te stellen. Wedstrijden gaan door als
    • De wind niet harder waait dan 6 meter per seconde maximaal..
    • Deelnemers ontvangen op donderdagavond voorafgaand aan de wedstrijd een mail of de wedstrijd doorgaat en waar.
    • Inschrijven voor de wedstrijd moet dan vóór acht uur vrijdagavond gedaan worden, dan kan de wedstrijd op papier worden voorbereid.
    • Op de jaarvergadering wordt ook vastgesteld welk rubber er gebruikt gaat worden in het volgende seizoen, en wie verantwoordelijk is dat ze op het veld zijn als de wedstrijd begint.

Ter beoordeling of de wedstrijd door kan gaan op de geplande data gebruiken we Windfinder en het dichtstbijzijnde weerstation. We houden rekening met de opgave; wanneer sprake is van maximaal 6 meter wind, gaat de wedstrijd door, worden rukwinden (gusts) aangegeven met meer dan 7 meter, wordt de wedstrijd afgelast.